woensdag 27 april 2005

Christus, onze Hoop

Onderstaande getuigenis is voorbereid door de Appèlkring kerkelijk belijden, waaraan deelnemen ds. A. S. Rienstra en ds. D. Westerneng (CGB), ds. L. den Breejen en ds. J. van Walsum (CV), drs. R. H. Kieskamp en drs. P. J. Vergunst (GB) en H. van Essen (EW). 

Getuigen van de ene Naam, die ons tot redding gegeven is – dát willen wij in onze verwarrende tijd, waarin veel mensen het spoor bijster zijn, de samenleving op drift is, de kerk meer en meer in de marge wordt ge­drongen en bijbelse waar­heden ontkracht worden. Getuigen van Jezus Christus, onze Here en Hei­land. Zijn Naam geeft ook vandaag hoop aan mensen. Hij maakt de verwach­ting die Zijn Naam wekt, nog steeds waar. Onze christennaam doet helaas al te vaak afbreuk aan het werk van Christus, haalt Zijn hoge Naam naar beneden. Wij belijden onze schuld daarover. Des te meer is onze hoop daarom gevestigd op de Naam boven alle namen, Jezus Christus. 





De kerk heeft de tijd nooit mee gehad. Maar vandaag lijken de tegen­krachten van het evangelie wel heel sterk te zijn. In de samenleving groeit de weerstand tegen de waarheid van Gods Woord, onder andere vanwege een pluralistisch denken. Een guur klimaat heerst in ons land: bevolkingsgroepen die tegenover elkaar komen te staan, indi­vidua­lisme, into­lerantie. Tegelijk is er de genot­scultuur met een leef-maar-raak menta­liteit, die de gemeenschapszin verstoort. Dit alles lijkt elke voedingsbo­dem voor het evan­gelie on­vruchtbaar te maken. Dat leefklimaat raakt ook ons. Wij staan net zo goed bloot aan de invloed van de geest van de tijd. 

Toch willen we die tijdgeest weerstaan. Ondanks alles houden we ver­trouwen in de vernieuwende kracht van het evangelie, waardoor liefde en saamhorigheid ontstaan. We hebben in Jezus immers een machti­ge Redder, die Here is en leven geeft. 

De tijd hebben we tegen, maar we geloven dat we Christus mee heb­ben. Hij is onze God en Hei­land, aan Wie alle macht in hemel en op aarde gegeven is. 



De kerk heeft ook zichzelf niet mee. Verdeeldheid en verscheurdheid verlammen haar in het volgen van haar eerste roeping: getuige te zijn van Jezus Christus in een wereld vol nood. Halfslach­tigheid en slappe knieën ondermij­nen haar vitaliteit. Rationele en bij­belkriti­sche schema's verhinderen haar de Schrift in haar volle inhoud open te leg­gen. Zo dreigt de Heilige Geest vleugellam te wor­den. Zelfge­noeg­zaamheid en activisme belet­ten haar in diepe afhanke­lijkheid te ver­trouwen op Hem die gezegd heeft: ‘Zon­der Mij kunt U niets doen.’ 

Wij zijn deel van die kerk, hebben verdriet om haar én weten ons medeschuldig aan de verdeeldheid, de halfslachtigheid, de zelfgenoegzaamheid. Daarom stellen wij onze hoop op Christus alleen. Hij is de Koning van de kerk en het Hoofd van Zijn gemeente. Hij zal niet laten varen het werk van Zijn handen. 



De kerk heeft ook ons niet mee. We zijn geboren zonder antenne voor het evangelie. Wij groeien op in een wereld die naar God niet vraagt. Gebeur­te­nissen die alle vormen van menselijkheid schenden, verbijste­ren ons. We zijn daar dagelijks getuige van. Demo­nische machten die zich manifesteren, bezorgen ons angst. De woes­tijn rukt op. 

Toch geven wij de moed niet op en blijven wij onze hoop vesti­gen op Jezus Christus. 

Hij heeft op Golgotha alle woestijnleven door­leden. 

Hij is de weg van vernedering gegaan. 

Hij heeft de gestalte van een dienst­knecht aangenomen. 

Hij heeft Zijn leven gegeven voor een wereld verlo­ren in schuld. 

Maar… God heeft Hem opgewekt op de derde dag, de morgen van Pasen, zodat de deur naar het paradijs wagenwijd openstaat. Hij is de levende Christus, die zegt: ‘Ik leef en U zult leven’ (Johannes 14:19). Hij is vol kracht om mensen het leven te verlenen en hen het geloof in het evangelie te schenken. Hij is het Licht der wereld. Hem ver­wachten wij in de nacht, totdat de volle morgen van Zijn weder­komst aanbreekt. 



Wij roepen daarom alle gemeenten die samen de Protestantse Kerk in Neder­land vormen, maar ook andere gemeenten en kerken, krachtig en indringend op om volstrekt getrouw te zijn in het belijden van Christus, in het getui­gen van deze Here. 

Hij is de Overwinnaar van dood en hel. 

Hij is de Ver­zoe­ner van zonde en schuld. 

Hij is de Heelmaker van het gebrokene. 

Hij is de Rechter van hemel en aarde, die het laat­ste woord heeft in ieder mensenle­ven. Tot hen die gelovend bij Hem schuilen, zal Hij zeg­gen: ‘Komt bin­nen in Mijn Koninkrijk van licht en leven’. Tot hen die Hem ongelovig verwerpen zegt Hij: ‘Gaat weg van Mij in de eeuwige nacht van de dood’. 

Deze Rechter wil niets liever dan onze Redder zijn. Nog altijd laat Hij elke zondag het evangelie preken en daarin Zijn uitnodiging ho­ren. Nog klopt Hij op de deur van ons hart en wil Hij door Zijn Geest kracht geven om vrijwillig die deur voor Hem open te doen. Hij wil het in ons leven voor het zeggen hebben, ons leiden op Zijn weg en zo de reis van ons leven bepa­len. Daarom leggen wij ons leven in Zijn handen, want Hij is de meest liefdevolle Heer­ser die er bestaat. Hij doet ons, gebonden aan Hem en Zijn Woord, in ware vrij­heid leven en inspireert ons tot het gebed voor kerk, land en volk. 



Hem willen wij prijzen. Hij is gezonden door God de Vader en in Hem daalde God red­dend neer. 

Hem willen wij dienen, want midden in onze wereld heeft Hij geleefd, in ons door de zonde verloren le­ven is Hij gekomen. 

Hem wil­len wij eren, want Hij is als God en mens onze enige troost in leven en in ster­ven. 

Hem willen wij liefhebben want Hij heeft ons eerst liefgehad. 

Hem willen wij gehoor geven, want Hij was gehoorzaam tot in de dood. 

Hem willen wij volgen,want in een wereld die zucht onder haar nood, leidt Hij ons liefdevol voort en brengt ons voor eeu­wig thuis. 



Hij is Gods liefde in eigen persoon en geeft hoop aan hope­lo­zen. 

Hij is de Bron van leven die blijft stromen voor mensen die zoeken naar het ware geluk. 

Hij is vol vergeving en genade voor allen die geen raad weten met hun schuld voor God. 

Hij door­breekt onze schijn-rust en geeft ons de ware vrede door de ver­zoening met God. 

Hij geneest ons van vijandige boos­heid en schenkt ons Zijn helende liefde. 

Hij recht­vaardigt zondaren, zonder hun zonden te rechtvaardigen. 

Hij geeft hen die geloven vreugde in Zijn vergeving en schenkt hen kracht om het kwaad te ontvluchten. 

Hij heeft de wereld lief ter verzoening en helpt ons het goede voor haar te zoeken. 

Hij geeft hoop aan een samenleving die bol staat van schreeu­wende armoe en leegheid. 



Zonder Hem hebben wij geen been om op te staan, heeft de kerk geen bestaan. 

Zonder Hem zijn wij opgesloten in het platte vlak van hori­zon­taal leven. 

Zonder Hem verliezen normen en waar­den hun basis. 

Zon­der Hem is er geen werkelijke hoop op een hoopvol be­staan. 

Zonder Hem zijn wij overgeleverd aan de waan van de dag en de machten van angst en ontred­dering. 

Zonder Hem wordt het leven hard. 



In Hem vinden wij kracht om onze hoogmoedige eigenwaan af te leg­gen, want Hij heeft Zich tot in de diepste diepten vernederd. 

In Hem ont­dekken wij dat God genadig is en Zijn verbond bewaart, want Hij is de Mid­delaar die als eerste ons opzoekt. 

In Hem gaat Gods onstuitbare liefde voort, want Zijn plannen brengt Hij ten uit­voer. 

In Hem hou­den wij hoop voor de mensen, want Hij heeft macht hen tot Zich te beke­ren. 

In Hem is alles te vinden wat culturen her­schept en volke­ren doet gelo­ven. 

In Hem zien wij perspectief voor een aarde die ten prooi lijkt te vallen aan chaos. Chaos in de schepping die zucht en in een cultuur die stuurloos is. 



Jezus is Overwinnaar, de wereld komt Hem toe. 

Jezus heeft recht op totale toewijding van allen die Hem belijden. 

De kerk is geroepen de heerschappij van Christus te laten zegevieren in alle facetten van haar handelen. 

Zo zal de Heilige Geest wind in de zeilen geven. 



Jezus geeft als Enige vrede met God. 

Jezus is als Enige hoek­steen van de kerk en scharnier van elk kerke­lijk belij­den. 



Naar Hem zien wij uit, die als Bruidegom bezig is ons te tooien als bruid. 

Hem zij de glorie met de Vader en de Geest, drie-enig God tot in eeu­wigheid. 



De besturen van het Confessioneel Gereformeerd Beraad



de Confessionele Vereniging



de Gereformeerde Bond



de Stichting Evangelisch Werkverband



Gespreksvragen

1. Wij hopen op Jezus Christus, de ene Naam die ons tot redding gegeven is, in een verwarrende tijd. Zo kunt u ons appel samenvatten. Ervaart u deze belegering door de boze, maar ook de krachtige aanwezigheid van de HERE op deze manier? Lees bijvoorbeeld 2 Koningen 6:15-18 en Romeinen 8: 31-39. Of zou u uw hoop op God anders verwoorden?

2. Individualisme en genotscultuur ondermijnen het gelovig leven vanuit het Evangelie. Dat is niet alleen een klacht over onze maatschappij, maar ook over de kerk zelf. Kunt u voorbeelden van gebeurtenissen noemen waaruit dit blijkt? Is dit een probleem van ‘de maatschappij’ of ook van ‘uw eigen (kerkelijk) leven’?

3. Zelfgenoegzaamheid en activisme beletten ons ons leven in handen van onze Redder te leggen en om vanuit de kracht van Gods Geest in de zekerheid van het geloof te leven. Hoe staat u tegenover deze stelling: We kunnen pas op de juiste wijze actief worden, als we erkennen, dat we onszelf vaak overschatten en dat we onze schuld tegenover God dreigen te onderschatten? Lees bijvoorbeeld Romeinen 3:21-26 en 2 Corinthe 5:14-21. Of ligt het probleem volgens u ergens anders?

4. In het tweede deel van het Appel ligt de nadruk op de lofprijzing van God. De kern van het belijden is, dat we de HERE loven om wie Hij is. In het verwonderd zingen tot Gods eer vindt de kerk haar kracht om te getuigen naar en bewogen te zijn met de wereld. Bent u het eens met deze stelling? Welke psalmen, gezangen of liederen spelen een belangrijke rol in uw belijden?



(27 april 2005)
Een reactie posten