zondag 14 februari 2016

Waarom moest Jezus sterven?

Waarom moest Christus lijden en sterven?

In 2007 las ik een uit het Amerikaans vertaald boek van John Piper, waarin 50 antwoorden op deze levensbelangrijke vraag in even zoveel (heel korte) hoofdstukken worden behandeld. 

Het boekje Waarom moest Jezus sterven? is  een uitermate geschikt boek om tijdens de lijdenstijd (of 40-dagentijd of vastentijd) te lezen.  De schrijver  heeft daarin 50 redenen, of beter gezegd: bedoelingen, van het lijden en sterven op een rijtje gezet. (Als je het engels machtig bent, dan kun je dit boekje hier gratis lezen.) 

Hieronder de eerste reden die John Piper beschrijft in het eerste hoofdstuk van dit boek:

Christus leed en stierf… om de toorn van God op zich te nemen
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt         Galaten 3:13

Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn gerechtigheid te bewijzen met het oog op de vergeving van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.     Romeinen 3:25
Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.      1 Johannes 4:10
Als God niet rechtvaardig was, zou het lijden en sterven geen vereiste zijn geweest voor Zijn Zoon. En als God niet liefdevol was, zou Zijn Zoon niet de bereidheid hebben gehad om te lijden en te sterven. Maar God is zowel rechtvaardig als liefdevol. Daarom is Zijn liefde bereid te voldoen aan de eisen van Zijn rechtvaardigheid.
Gods wet eist: ‘Daarom moet u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw kracht’ (Deut. 6.5). Maar wij houden allemaal meer van andere dingen. Dat is dus zonde: God onteren door niet Hem op de eerste plaats te laten komen in ons leven, maar andere dingen en dat we daar ook naar handelen. Daarom staat er in de Bijbel: ‘Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God’ (Rom. 3:23). Wij verheerlijken datgene waarvan we het meest genieten. En dat is niet God.
Zonde is niet iets onbeduidends, omdat we niet zondigen tegen een onbeduidende Koning. Hoe hoger de status van de beledigde persoon, des te ernstiger de belediging. Het is beneden Zijn waardigheid wanneer we de Schepper van hemel en aarde niet oneindig veel respect, bewondering en trouw tonen. Wie Hem niet liefheeft, maakt zich niet schuldig aan een onbeduidend vergrijp, maar aan verraad. God wordt erdoor te schande gemaakt en menselijk geluk wordt erdoor kapotgemaakt.
Omdat God rechtvaardig is, kan Hij deze zonden niet bedekken met de mantel der liefde. Ze wekken bij Hem een heilige toorn op. Ze moeten bestraft worden. ‘Want het loon van de zonde is de dood’ (Rom. 6:23). ‘De ziel, die zondigt, die zal sterven’ (Ezech. 18:4).
Er rust een heilige vloek op alle zonden. Die niet bestraffen, zou onrechtvaardig zijn. De vernedering van God zou erdoor onderstreept worden. De wereld zou dan in wezen geregeerd worden door een leugen. Daarom zegt God: ‘Vervloekt is wie de woorden van deze wet niet bevestigt door ze ook te doen!’ (Gal. 3:10; Deut. 27:26).
Maar de liefde van God berust niet in de vloek die alle zondige mensen boven het hoofd hangt. Het schenkt Hem geen voldoening blijk te geven van zijn toorn, hoe heilig die ook is. God stuurt Zijn eigen Zoon om Zijn toorn weg te nemen en de vloek te dragen voor iedereen die zijn vertrouwen stelt op Hem. ‘Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden’ (Gal. 3:13).
Het woord ‘verzoening’ (Rom. 3:25) verwijst naar het wegnemen van Gods toorn door er iets anders voor in de plaats te stellen. God voorzag daar Zelf in door Jezus Christus te zenden als plaatsvervanger. Christus haalt niet slechts een streep door de toorn; Hij laat die op Zichzelf neerkomen in plaats van op ons. Gods toorn is rechtvaardig; ze werd uitgegoten, niet weggenomen.
Laten we ons ervoor hoeden dat we God niet serieus nemen of Zijn liefde bagatelliseren. We raken pas diep onder de indruk van Gods liefde voor ons als we ons rekenschap geven van de ernst van onze zonden en de rechtvaardigheid van Zijn toorn. Daar staat tegenover dat, wanneer we uit genade beseffen hoe onwaardig we zijn, we dankzij het lijden van Jezus kunnen zeggen: ‘Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden’ (1 Joh. 4:10).
John Piper, Waarom moest Jezus sterven?, blz. 23-25.

Vijftig redenen waarom Christus moest lijden en sterven:

1. om de toorn van God op Zich te nemen (Gal.3:13, Rom.3:25, 1 Joh.4:10)
2. om Zijn Hemelse Vader te behagen (Jes. 53:10, Ef. 5:2)
3. om gehoorzaamheid te leren en geheiligd te worden (Heb. 5:8) 
4. om de opstanding uit de dood te verwerven (Hebr. 13:20-21)
5. om de rijkdom van Gods liefde en genade voor zondaars te tonen (Rom.5:7-8, Joh.3:16, Ef. 1:7)
6. om ons te laten zien hoezeer ook Hij ons liefheeft (Ef.5:2, Ef. 5:25, Gal.2:20)
7. om voor ons de rechtvaardige eisen van de Wet te vervullen (Kol. 2:13-14)
8. om de losprijs te zijn voor velen (Marc.10:45)
9. voor de vergeving van onze zonden (Ef. 1:7, Matt.26:28)
10. om de basis te leggen voor onze rechtvaardiging (Rom.5:9, Rom.3:24, Rom.3:28)
11. om de gehoorzaamheid te vervullen die onze rechtvaardigheid wordt (Filip.2:8, Rom.5:19, 2 Kor 5:21)
12 om onze verdoemenis weg te nemen (Rom. 8:34)
13. om de besnijdenis en alle andere rituelen als het fundament van de zaligmaking af te schaffen (Gal.5:11)
14. om ons tot geloof te brengen en ons daarbij te bewaren (Marc. 14:24, Jer. 32:40)
15. om ons heilig, onberispelijk en volmaakt te maken (Heb. 10:14, Kol. 1:21-22, 1 Kor. 5:7)
16. om ons een zuiver geweten te geven (Heb. 9:14)
17. om voor ons alle dingen te verwerven die goed voor ons zijn ( Rom. 8:32)
18. om ons te genezen van geestelijke en lichamelijke ziekten ( Jes. 53:5, Matt. 8: 16-17)
19. om allen die in Hem geloven het eeuwige leven te geven (Joh. 3:16)
20. om ons te verlossen van de macht van het kwaad in deze wereld (Gal. 1:4)
21. om ons met God te verzoenen (Rom. 5:10)
22. om ons tot God te brengen (1 Petr.3:18, Filip. 2:13)
23 opdat wij van Hem zouden zijn (Rom. 7:4, 1 Kor. 6: 19-20)
24. om ons vrijmoedig te laten ingaan in het Heilige der heilige (Heb. 10:19)
25. om  voor ons de persoon te worden in wie we God ontmoeten (Joh. 2:19-21)
26. om een einde te maken aan het Oudtestamentische priesterschap en Zelf een eeuwige     Hogepriester te worden (Heb. 7: 23-27, Heb.9: 24-26, Heb. 10:11-12)
27. om een meelevende, hulpvaardige priester te worden (Heb. 4: 15-16)
28. om ons te bevrijden van het lege bestaan van de vaderen (1 Pet.1: 18-19)
29. om ons te bevrijden van de slavernij van de zonde (Openb. 1:5-6, Heb. 13:12)
30. opdat wij zouden sterven aan de zonde en leven in gerechtigheid (1 Petr.2:24)
31. opdat wij dood zijn voor de wet en vrucht voor God zouden dragen  (Rom 7:4)
32. om het ons mogelijk te maken voor  Christus  te leven en niet voor onszelf (2 Kor. 5:15)
33.om ons ertoe te brengen in niets anders te roemen dan in Zijn kruis (Gal. 6:14)
34. opdat wij kunnen leven door het geloof in Hem (Gal. 2:20)
35. om het huwelijk zijn diepste betekenis te geven (Ef. 5:25)
36. om een gemeenschap te stichten die ijverig is in goede werken (Titus 2:14)
37. om ons op te roepen Zijn voorbeeld te volgen in nederigheid en kostbare liefde ( 1Petr.2: 19-21, Heb.12: 3-4, Filip. 2: 5-8))
38. om een gemeenschap van kruisdragende volgelingen te stichten (Lukas 9:23, Matt.10:38)
39. om ons te bevrijden uit de slavernij van de angst voor de dood (Heb.2:14-15)
40. opdat wij onmiddellijk na ons sterven bij Hem mogen zijn (1 Thess.5:10, Filip. 1;21,23, 2 Kor.5:8)
41. om onze opwekking uit de dood te waarborgen ( Rom.6:5, Rom.8: 11, 2 Tim.2:11)
42. om de overheden en de machten te ontwapenen (Kol. 2: 14-15, 1 Joh. 3:8)
43. om Gods kracht in het Evangelie te ontketenen (1 Kor. 1: 18, Rom. 1:16)
44. om de vijandigheid tussen verschillende bevolkingsgroepen te niet te doen (Ef. 2: 14-16)
45. om mensen uit alle geslacht en taal, volk en natie vrij te kopen (Openb. 5:9)
46. om al Zijn schapen, verstrooid over de hele aarde, bijeen te brengen (Joh. 11: 51-52, Joh. 10:16)
47. om ons te verlossen van het laatste oordeel (Heb. 9:28)
48. om voor Zichzelf en voor ons vreugde te verkrijgen (Heb. 12:2)
49. opdat Hij gekroond zou worden met heerlijkheid en eer (Heb. 2:9, Filip. 2: 7-9, Openb. 5:12)
50. om te laten zien dat de grootste zonde door God ten goede werd gekeerd (Hand. 4: 27-28)
Een reactie posten